Keramische sector op weg naar minder milieu impact
Tijdens de MADE-kennissessie ‘Minder milieubelasting door slimmere materiaalkeuzes’ stond centraal hoe de keramische sector de stap maakt naar minder milieu-impact. Daarbij kwamen de nieuwe MKI‑regels per 1 juli 2026 nadrukkelijk aan bod als onderdeel van een bredere ontwikkeling: de zoektocht naar duurzamere materialen, slimmere productie en beter inzicht in de totale impact van baksteengevels.
Beleidsadviseur duurzaamheid Roel Drost van KNB en directeur van MADE-participant Omnicol Felix de Bever gaven elk vanuit hun eigen perspectief inzicht in deze opgave. Waar Drost de ontwikkelingen en keuzes op sectorniveau schetste, liet De Bever zien wat dat praktisch betekent voor een bedrijf. Samen maakten zij duidelijk dat de transitie naar minder milieu‑impact draait om nieuwe rekenregels en om veranderingen in de hele keten, van grondstof tot toepassing.
Een belangrijk onderdeel van die ontwikkeling is de aangepaste bepalingsmethode die per 1 juli 2026 van kracht is. Dan wordt gewerkt met de zogeheten A2‑systematiek, waarbij het aantal milieueffecten wordt uitgebreid van 11 naar 19 en de weging verandert. Dat leidt in de praktijk tot duidelijk hogere MKI‑waarden — soms met circa 50% — zonder dat het materiaal zelf verandert. Tegelijkertijd is de MKI‑grenswaarde aangepast, waardoor de hogere uitkomsten in de praktijk niet direct tot andere eisen leiden.
Sector die al ver is en volgende stappen zet
Roel Drost (KNB) gaf een brede blik op de keramische sector. Zijn verhaal begon bij het systeem achter de regelgeving: grondstoffen, productie, levensduur en circulariteit. Klei kan volgens onderzoek van Deltares als hernieuwbaar worden beschouwd: er is sinds 1850 meer afgezet dan gewonnen, met enkele kanttekeningen. Die nuance kwam ook terug in zijn verhaal over CO₂‑reductie. De sector heeft de afgelopen decennia al grote stappen gezet en daar mag zij volgens Drost trots op zijn. Sinds 1990 is er aanzienlijk bespaard op energiegebruik en emissies. Tegelijkertijd wordt duidelijk dat de volgende stappen complexer zijn en vaak afhankelijk van ontwikkelingen buiten de sector, zoals energie-infrastructuur en beschikbaarheid van alternatieve energiebronnen.
In de productiefase zit nog altijd het grootste deel van de milieubelasting: naar schatting circa 90%. Vooral het bakproces speelt daarin een grote rol, met name door het energiegebruik van ovens. Tegelijkertijd is juist daar ook al veel bereikt: het energiegebruik in de sector is de afgelopen decennia met meer dan de helft teruggebracht. Daar liggen de grootste kansen én uitdagingen: elektrificatie, waterstof en CO₂‑afvang vragen investeringen, infrastructuur en samenwerking. De sector is er volop mee bezig.
Levensduur bepalende factor voor milieubelasting
Drost verlegde het gesprek nadrukkelijk naar de levensduur, als factor die grote invloed heeft op de totale milieubelasting. Iedereen weet dat baksteenconstructies moeiteloos een eeuw of langer meegaan. Bij een gemiddelde levensduur van 75 jaar moeten er jaarlijks meer dan 100.000 woningen worden gebouwd om de bestaande voorraad op peil te houden. Bij een levensduur van 120 jaar ligt dat aanzienlijk lager. Levensduur heeft daarmee direct effect op de totale milieubelasting van de gebouwde omgeving. In de discussie over duurzame materialen geeft dat een ander beeld van de baksteen ten opzichte van bijvoorbeeld biobased oplossingen.
Circulariteit van principe naar praktijk
Circulariteit kwam nadrukkelijk aan bod. De strategieën zijn bekend — minder gebruiken, langer gebruiken en hergebruik mogelijk maken — maar in uitvoering blijken ze complex. Metselwerk is van oorsprong ontworpen om te hechten, niet om los te maken. Tegelijkertijd wordt er hard gewerkt aan oplossingen, zoals technieken om stenen schoon te maken en opnieuw toe te passen. Die ontwikkelingen laten zien dat circulariteit ook binnen keramiek steeds concreter wordt, al vraagt opschaling nog tijd. Tegelijkertijd liet Roel Drost zien dat de sector actief werkt aan oplossingen om die stap te zetten.
Het perspectief van Omnicol
Waar Drost het systeem schetste, bracht Felix de Bever (Omnicol) het verhaal naar de praktijk van een bedrijf. Hij maakte inzichtelijk wat de nieuwe regels betekenen voor dagelijkse keuzes in productie en ontwikkeling, met name als het gaat om milieudata. Het opstellen en actualiseren van EPD’s vraagt tijd en investering, terwijl gegevens tegelijkertijd voortdurend veranderen door bijvoorbeeld grondstoffen en transport.
In de praktijk blijkt bovendien dat milieudata vaak ontbreken of niet goed aansluiten tussen databases onderling. Dat kan betekenen dat producten niet specifiek doorgerekend kunnen worden, of dat bedrijven moeten uitwijken naar alternatieven omdat daar wél data van beschikbaar zijn. Daarmee wordt de uitkomst soms niet alleen bepaald door wat technisch of milieukundig de beste keuze is, maar ook door wat berekend kan worden. Dat laat zien hoe lastig het is om als keramische sector daadwerkelijk tot minder milieu-impact te komen.
Klik de galerij aan voor grote weergave van de foto’s.
De impact van mortel en cement
Een belangrijk inzicht uit het praktijkverhaal is de rol van mortel, en dan vooral cement. Cement is wereldwijd verantwoordelijk voor circa 7% van de totale CO₂ uitstoot en bepaalt daarmee voor een groot deel de milieubelasting van mortels door de energie-intensieve productie en procesemissies. Hier liggen ook de belangrijkste kansen voor reductie. Alternatieven zoals gecalcineerde klei en andere secundaire bindmiddelen laten zien dat stappen mogelijk zijn richting een lagere CO₂ uitstoot. Opvallend is dat de techniek daarin vaak al verder is dan de vraag vanuit de markt, waardoor de transitie niet alleen een technische opgave is, maar ook een kwestie van vraag en acceptatie.
Keramische sector richting minder milieu impact
Een belangrijk punt uit het verhaal van De Bever is het gebrek aan harmonisatie en beschikbare data. In de praktijk blijkt dat producten niet altijd goed in databases passen of dat milieugegevens ontbreken. Dat maakt het sturen op MKI soms lastiger dan bedoeld. Tegelijkertijd wordt hier volop aan gewerkt. Zowel sectorbreed als binnen bedrijven wordt geïnvesteerd in betere data, betere berekeningen en betere vergelijkbaarheid. De richting is duidelijk, maar de uitwerking vraagt nog ontwikkeling.
Het speelveld verandert
Tot slot keek De Bever vooruit naar Europese ontwikkelingen, waarbij de focus steeds meer verschuift naar CO₂ over de gehele levenscyclus (Whole Life Carbon). Daarmee verandert ook de manier waarop materialen worden beoordeeld: klimaatimpact krijgt een zwaardere rol en levensduur wordt nog bepalender in de uitkomst. Deze ontwikkeling zal de afweging tussen materialen verder aanscherpen en vraagt om nieuwe inzichten en keuzes in de praktijk.
Deze MADE-kennissessie maakte duidelijk dat minder milieubelasting voor de keramische sector geen eenvoudige rekensom is. Het vraagt om een combinatie van betere inzichten, technologische ontwikkeling en samenwerking in de keten. De sector heeft al veel bereikt en werkt actief aan verdere stappen. Tegelijkertijd is duidelijk dat de komende fase complexer is en vraagt om nieuwe manieren van denken en werken. Juist daarin zit de waarde van deze sessie: inzicht geven in waar we staan, waar het schuurt, maar ook waar de kansen liggen om verder te komen.
In de presentaties van beide sprekers zijn beelden gebruikt die niet vrij gedeeld mogen worden. Daarom kunnen de sheets niet worden gedownload.
Op de hoogte blijven van de MADE-kennissessies? Kijk in de agenda. Of schrijf je in voor de nieuwsbrief via het blauwe blokje in de footer, dan houden we je op de hoogte!
