Kennis van milieuklassen voorkomt problemen aan metselwerk in de praktijk

Kennis van milieuklassen voorkomt problemen aan metselwerk in de praktijk

Veel schade aan metselwerk wordt pas zichtbaar nadat materialen jarenlang zijn blootgesteld aan vocht, vorst, zoutbelasting of corrosie. Juist daarom is het belangrijk vooraf goed vast te stellen aan welke omstandigheden een constructie wordt blootgesteld en welke materialen daarbij passen. Tijdens een MADE-kennissessie op 4 september nam Harrie Vekemans deelnemers mee in de wereld van milieuklassen, normen en producteisen.

Milieuklassen vormen de basis

De milieuklasse bepaalt niet alleen welke materialen mogen worden toegepast, maar vormt ook het vertrekpunt voor ontwerp, detaillering en aanbesteding. Pas wanneer duidelijk is aan welke belastingen een constructie wordt blootgesteld, kan worden beoordeeld welke prestaties van materialen worden gevraagd.

De basis voor milieuklassen ligt in de metselwerknormen NEN-EN 1996-1-1 en NEN-EN 1996-2, aangevuld met productnormen en certificeringsrichtlijnen voor onder meer metselstenen, mortels en nevenproducten. Samen vormen zij het kader voor de materiaalkeuze. Daarbij draait het niet alleen om certificering, maar vooral om de vraag of een product aantoonbaar geschikt is voor de omstandigheden waarin het wordt toegepast.

Wanneer geen productnorm beschikbaar is, kan een European Assessment Document (EAD) als basis dienen voor certificering. Tijdens de sessie werd benadrukt dat een EAD een privaat document is. Juist daarom blijft het belangrijk kritisch te kijken naar de onderbouwing van producten en naar de belastingen waarvoor zij zijn getest.

Niet alleen de steen telt

Ook mortels, wapening, spouwankers, lateien, geveldragers en andere nevenproducten moeten geschikt zijn voor de omstandigheden waarin zij worden toegepast. Voor metselstenen zijn binnen Europa minimale prestatie-eisen vastgelegd. In de nationale bijlage van NEN-EN 1996-2 is uitgewerkt welke producten in Nederland geschikt worden geacht voor de verschillende milieuklassen.

Voor mortels ligt dat ingewikkelder. Tijdens de sessie werd toegelicht dat nog altijd geen algemeen geaccepteerde beproevingsmethode beschikbaar is om de duurzaamheid van mortels voor specifieke milieuklassen vast te stellen. Daardoor blijft de geschiktheid van mortels in belangrijke mate afhankelijk van praktijkervaring en de informatie die producenten beschikbaar stellen.

Of het nu gaat om droogstapelsystemen, nieuwe steentypen of producten met kunststof verbindingen, uiteindelijk moet kunnen worden aangetoond dat zij gedurende de beoogde levensduur bestand zijn tegen de belastingen die horen bij de betreffende milieuklasse.

Spouwankers, wapening en lateien

Veel aandacht ging uit naar metalen onderdelen in metselwerk. Aan de hand van praktijkvoorbeelden werd duidelijk gemaakt dat corrosie nog steeds een belangrijke schadeoorzaak kan zijn. Voor metselwerkwapening zijn de eisen vastgelegd in onder meer NEN-EN 845-3 en BRL 2120. Daarbij worden zowel sterkte als duurzaamheid gekoppeld aan de toepasselijke milieuklasse. Voor spouwankers beschrijven NEN-EN 1996-2 en NEN-EN 845-1 welke staalsoorten toegepast mogen worden en welke kwaliteitseisen gelden. Daarbij werd benadrukt dat voor bepaalde toepassingen feitelijk alleen RVS A4 als geschikte keuze overblijft.

Ook BRL 3121 voor lateien en geveldragers kwam aan bod. Deze richtlijn koppelt milieuklassen aan corrosieklassen en stelt eisen aan materialen en beschermingssystemen. In kustgebieden, waar sprake is van een zwaardere milieubelasting, zijn aanvullende onderbouwingen noodzakelijk.

Kennis moet de uitvoering bereiken

Naast de technische inhoud stond ook de praktijk centraal. Volgens Vekemans ontstaan problemen lang niet altijd doordat normen ontbreken. Veel vaker gaat het mis doordat kennis onderweg verloren raakt. Adviezen worden aangepast zonder goede vastlegging, verantwoordelijkheden worden doorgeschoven of productinformatie bereikt de uitvoerende partij niet.

Daarmee ligt er volgens de aanwezigen een belangrijke opgave voor de sector. De metselaar op de bouwplaats moet beschikken over duidelijke informatie en praktische hulpmiddelen om materialen correct toe te passen.

De kennissessie maakte duidelijk dat milieuklassen geen theoretisch onderwerp zijn voor normspecialisten, maar een praktisch hulpmiddel om schade te voorkomen. Dat vraagt niet alleen kennis van materialen, maar ook inzicht in de omstandigheden waaraan een constructie wordt blootgesteld én een goede overdracht van die kennis naar de uitvoering.

Klik de galerij aan voor grote weergave van de foto’s.

Met dank aan MADE-participant GB voor het hosten van de kennissessie.

Hier kun je meer lezen over dit onderwerp.

De sheets van de presentatie zijn hier te downloaden.

Op de hoogte blijven van de MADE-kennissessies? Kijk in de agenda. Of schrijf je in voor de nieuwsbrief via het blauwe blokje in de footer, dan houden we je op de hoogte!

Share this post